House Of The Rising Sun

House Of The Rising Sun

The House of the Rising Sun een zogenaamde traditional, een traditioneel volkslied uit de Verenigde Staten, vele malen opgenomen en vooral bekend geworden in een rock-‘n-rollversie door The Animals uit 1964. Oorspronkelijk had het lied meer een bluesgeluid, voor het eerst opgenomen door Texas Alexander in 1928 gevolgd door een opname van Appalachian kunstenaars Clarence “Tom” Ashley, die het nummer had geleerd van zijn grootvader Enoch Ashley, en Gwen Foster die het in 1934 opnamen voor Vocalion Records.
Het nummer was onderdeel van de verzameling van folklorist Alan Lomax die samen met zijn vader conservator was van het Archief van American Folk Songs die opnamen van folksongs voor de Library of Congress verzamelde. Op expeditie met zijn vrouw in het oosten van Kentucky, richtte Lomax zijn opname-apparatuur in in het huis van zanger/activist Tilman Cadle in Middlesborough, Kentucky. In 1937 nam hij een optreden op van Georgia Turner, de 16-jarige dochter van een lokale mijnwerker. Lomax noemde het nummer The Rising Sun Blues. Lomax nam later een andere versie op gezongen door Bert Martin en een derde gezongen door Daw Henson, beiden zangers afkomstig uit oostelijk Kentucky. In zijn 1941 liederenboek Our Singing Country schrijft Lomax de teksten toe aan Turner onder verwijzing naar Martin’s versie. Volgens zijn latere inzichten heeft de melodielijn ​​overeenkomsten met de traditionele Engels ballade Matty Groves.


Texas Alexander – Clarence “Tom” Ashley & Gwen Foster


Georgia Turner – The Animals

Cover versies

Het nummer is al honderden keren gecoverd, in de jaren voordat The Animals het nummer in 1964 populair maakte was het al uitgebracht in folkversies Woody Guthrie (1941), Josh White (1947), Leadbelly (1944 & 1948), Lilly Holman, Ronnie Gilbert (The Waevers), Glenn Yardbrough (1957), Pete Seeger (1958), Frankie Laine (1959 met als titel New Orleans), Andy Griffith (1959), door Joan Baez in 1960, door Nina Simone in 1961 en door Bob Dylan in 1962. In 1969 had de Amerikaanse rockband Frijid Pink er wederom een hit mee, deze versie was veel rauwer dan de andere versies.


Woody Guthrie – Josh White


Lilly Holman


Leadbelly – Ronnie Gilbert (The Weavers)


Pete Seeger – Joan Baez


Andy Griffith – Frankie Laine


Nina Simone – Frijid Pink

Het brein achter de bekendste versie van The Animals is volkszanger Dave Van Ronk. Bob Dylan coverde het nummer van hem en nam het op in 1962 voor zijn album Bob Dylan. Dave van Ronk kon nu het nummer niet meer spelen, hetgeen hij later in zijn carriere wel zou doen, omdat iedereen dan zou denken dat hij het had gecoverd van Bob. Nadat The Animals hun versie hadden uitgebracht kon Bob het nummer echter ook niet meer spelen, omdat iedereen dacht dat hij het van hen had gecoverd. Hij was echter zeer geboeid door de versie van de Animals en met name de orgelbegeleiding van Alan Price. Op zijn eerste Europese tour in Engeland in 1965 was Alan, die vanwege vliegangst de Animals net verlaten had, voortdurend van de partij zoals te zien is in de film Don’t Look Back. De orgelsolo, die op de Animalsversie van het nummer te horen is, en zijn aanwezigheid tijdens de tour heeft Dylan geïnspireerd om bij de opnamen van Highway 61 Revisited een paar weken later een organist (Al Kooper) te introduceren die zijn werk een nieuwe dimensie gaf. Als Dylan optreedt in Newcastle op zijn Never Ending tour neemt hij als eerbetoon aan The Animals The House nog altijd op in de setlist. In 1973 bracht Jody Miller het nummer uit en Dolly Parton deed dat in 1981.
In 2002 bracht de Britse rockband Muse een cover uit van het nummer. Deze is te vinden op het album NME in Association with War Child Presents 1 Love. Tijdens concerten van The Resistance Tour en The 2nd Law Tour werd het nummer gebruikt als intro van het nummer Time Is Running Out.


Dave Van Ronk – Jody Miller


Dolly Parton – Muse


Bon Jovi – The Doors


The Beatles

Songtekst

The House Of The Rising Sun (traditional)

There is a house in New Orleans
They call the Rising Sun
And it’s been the ruin of many a poor boys
And God, I know I’m one

My mother was a tailor
She sewed my new blue jeans
My father was a gamblin’ man
Down in New Orleans

Now the only thing a gambler needs
Is a suitcase and trunk
And the only time he’s satisfied
Is when he’s on a drunk

Oh, mother, tell your children
Not to do what I have done
Spend your lives in sin and misery
In the house of the rising sun

Well, I got one foot on the platform
The other foot on the train
I’m goin’ back to New Orleans
To wear that ball and chain

Well, there is a house in New Orleans
They call the Rising Sun
And it’s been the ruin of many a poor boys
And God, I know I’m one