Biografie Bonnie Raitt

Grand old lady van de blues Bonnie Lynn Raitt, dochter van Broadway musicalster John Raitt en zijn eerste vrouw pianiste Marjorie Haydock en geboren in Burbank Californië op 8 november 1949, begon al op jonge leeftijd met gitaar spelen, iets wat geen van haar toenmalige middelbare school vriendinnen deden. In haar latere carriere zou deze vroege leerschool haar vruchten afwerpen en werd ze beroemd voor haar unieke bottleneck-stijl gitaarspel. “Ik had een beetje op school en in het kamp gitaar gespeeld”, herinnerde ze zich, niet gespeend van enige understatement, later in een interview in Juli 2002. Het kamp waarnaar Raitt daarin verwijst is Camp Regis-Applejack, gelegen in de Upper St. Regis Lake, New York.

Na in 1967 te zijn afgestudeert aan de Oakwood Friends School in Poughkeepsie, New York, vervolgde Bonnie Raitt haar opleiding als eerstejaars aan Harvard’s Radcliffe College met als hoofdvak sociale relaties en Afrikaanse Studies. “Mijn plan was om naar Tanzania te reizen, waar president Julius Nyerere bezig was met het creëren van een regering op basis van democratie en socialisme”, herinnerde Raitt zich. “Ik wilde helpen om de schade die het westerse kolonialisme inheemse culturen over de gehele wereld had aangedaan ongedaan te maken. Cambridge, Massachusetts was een broeinest van deze manier van denken en ik was zo opgewonden, enthousiast en naiëf.”

Haar politieke interesse vervaagde enigszins toen zij door een vriend attent werd gemaakt op een interview die blues-promotor Dick Waterman op WHRB, het Harvard Universiteit radiostation, zou geven. Dick Waterman was in die tijd een belangrijke figuur in de blues-revival van de jaren 1960 en was eveeens inwoner van Cambridge. Raitt ging naar WHRB om Waterman te zien en de twee werd al snel vrienden, dit “tot grote ergernis van mijn ouders, die niet verwachten dat hun eerstejaars dochter om zou gaan met een 65-jarige bluesmann”, herinnerde Raitt. “Ik was getroffen door zijn passie voor de blues-muziek en de integere wijze waarop waarmee hij de muzikanten begeleidde.”

Tijdens Raitt’s tweede studiejaar verhuisde Waterman naar Philadelphia en een aantal lokale muzikanten waaronder Raitt gingen met hem mee. Raitt was een belangrijk lid van die gemeenschap geworden, herinnert zich “dat deze mensen haar mentoren en vrienden waren geworden en al had ik de intentie om af te studeren, besloot ik heb ik besloten om dat studiejaar af te breken en mee te verhuizen naar Philadelphia …. het was een kans die jonge blanke meisjes gewoon niet te krijgen en zo blijkt een kans die alles veranderde.”
Inmiddels trad Raitt op in folk- en rhythm and blues clubs in de omgeving van Boston, waar ze optrad naast gevestigde blues-legendes als Howlin ‘Wolf, Sippie Wallace en Mississippi Fred McDowell, die ze via Waterman ontmoette.


Howlin’ Wolf – How Many More Years / Mississippi Fred McDowell – Goin Down To The River

In de herfst van 1970, als het openingsact voor Mississippi Fred McDowell in de Gaslight Cafe in New York, werd ze gespot door een journalist van Newsweek Magazine, die een lovend artikel over haar optreden schreef. Scouts van alle grote platenmaatschappijen woonden al snel haar optredens bij en trachten haar te overreden om een contract bij hun maatschappij te tekenen. Uiteindelijk accepteerde zij het aanbod van Warner Bros Records, die al snel haar debuut-album “Bonnie Raitt”, uitgebracht (1971). Het album ontving goede kritieken uit de muziekwereld, kritieken waarin haar kwaliteiten als zangeres en bottleneck-gitarist positief werden beoordeeld.


Bluebird – Mighty Tight Woman

Bewonderd door bezoekers van haar concerten, gerespecteerd door haar collega’s kreeg Raitt weinig commerciële waardering voor haar werk met een bescheiden platenverkoop. Het tweede album, “Give It Up”, werd in 1972 wereldwijd uitgebracht en hoewel veel critici het album nog steeds als haar beste werk beschouwen leidde het niet tot enig commerciële succes voor Raitt. Haar derde album “Takin’ My Time” uit 1973 was hetzelfde lot beschoren, uitmuntende kritieken en tegenvallende verkopen.


Give It Up Or Let me Go – I Feel The Same

Bonnie Raitt ontving steeds meer pers, waaronder in 1975 een coverstory in Rolling Stone Magazine, maar met het album “Streetlights” uit 1974 begonnen de kritieken hier en daar wat minder positief te klinken. Inmiddels was Raitt begonnen om te experimenteren met verschillende producers en verschillende muziekstijlen en begon ze aan te sluiten bij de heersende muziekstroming met als resultaat het in 1975 uitgebrachte album “Home Plate”.


Angel From Montgomery – What Do You Want The Boy To Do

In 1976 verscheen Bonnie op het gelijknamige album van Warren Zevon samen met zijn vriend Jackson Browne en Fleetwood Mac’s Lindsey Buckingham en Stevie Nicks.
On een indruk te krijgen van de toenmalig opkomende artiesten hieronder een in 1977 door o.a. de VARA geproduceerde documantaire getiteld Wonderland


Wonderland delen 1 & 2


Wonderland delen 3 & 4

Het album “Sweet Forgiveness” uit 1977 gaf Raitt eindelijk haar commerciële doorbraak toen haar cover van “Runaway” die, bewerkt als een zware rhythm and blues-opname en geïnspireerd door een ritmische groove van Al Green, een hit-single bleek te zijn.
Raitt’s versie van “Runaway” werd neergesabeld door veel kritikasters, het commerciële succes van de single echter was het startsein voor “oorlog” tussen Warner Bros en Columbia Records om de gunsten van Bonnie Raitt. “Er was een grote Columbia – Warner “oorlog” gaande is op dat moment”, herinnerde Raitt zich in een interview uit 1990. “James Taylor had net Warner Bros verlaten en maakte een grote album voor Columbia … En toen Paul Simon Columbia inruilde voor Warner wilden ze niet dat ik een hit voor Columbia zou hebben – wat er ook gebeurt. Dus heronderhandelde ik mijn contract die afgestemd werd op het aanbod van Columbia Records.Eerlijk gezegd de deal was echt een big deal. “


Runaway – Sweet Forgiveness

Warner Brothers had erg hoge verwachtingen van volgend album van Raitt’s, “The Glow” uit 1979, maar het werd slecht beoordeeld en de verkoop was bescheiden. Raitt zou toch in 1979 haar commercieel hebben als mede-organisator van de vijf MUSE (Musicians United for Safe Energy) concerten in Madison Square Garden in New York City. De shows leverden een 3-plaats gouden album op en een Warner Brothers speelfilm, No Nukes. De shows brachten mede-organisators Jackson Browne, Graham Nash, John Hall, Bonnie Raitt, Bruce Springsteen, Tom Petty en The Heartbreakers, The Doobie Brothers, Carly Simon, James Taylor, Gil Scott-Heron en vele anderen op het podium.


You’re Gonna Get’s What’s Coming – The Glow

Voor haar volgende plaat, “Green Light” (1982) deed Raitt een bewuste poging om het geluid van haar eerdere platen opnieuw tot leven te brengen. Tot haar verbazing vergeleken veel van haar leeftijdgenoten en de media haar nieuwe sound met de sound van een ontluikende New Wave beweging. Het album kreeg de beste kritieken in jaren, maar de verkoop van haar platen verbeterde niet en dat zou een beslissende invloed op haar relatie met Warner Brothers hebben.


Keep This Heart In Mind – Talk To Me

In 1983, als Raitt bezig is de opvolger van “Green Light”, getiteld “Tongue & Groove”, hield Warner Brothers een grote “schoonmaak” en neemt het label afscheid van grootheden als Van Morrison en Arlo Guthrie. De dag nadat de mastering van “Tongue & Groove” werd afgerond kon ook Raitt haar biezen pakken. Het album werd voor onbepaalde tijd geseponeerd en Raitt zat zonder een platenlabel. In die periode vol tegenslag had Raitt ook te kampen met een alcohol-en drugs verslaving.
Ondanks haar persoonlijke en professionele problemen bleef Raitt toeren en deelnemen aan politiek activiteiten. In 1985 zong en verscheen ze in de video van “Sun City”, de anti-apartheid opname geschreven en geproduceerd door gitarist Steven Van Zandt. Als gevolg van haar betrokkenheid bij de Farm Aid en Amnesty International concerten reisde Raitt in 1987 naar Moskou om deel te nemen aan het eerste gezamenlijke Sovjet / American Peace Concert, die op een later tijdstip werd getoond op het Showtime televisie-netwerk. In 1987 organiseerde Raitt, samen met muzikanten Don Henley, Herbie Hancock, Holly Near en anderen, ook een benefietconcert in Los Angeles voor Countdown ’87 voor Stop Contra Aid.
Twee jaar na het beëindigen van haar contract bracht Warner Brothers Records Raitt op de hoogte van hun plannen om het eerder geseponeerde album “Tongue & Groove” uit te brengen. “Ik zei dat het niet echt eerlijk was, ik denk dat het label daar ook niet gelukkig mee was”. “Ik was op eigen kosten aan het toeren om mijn naam bekend te houden en mijn mogelijkheden om een platencontract te tekenen werden minder en minder”. “We kwamen overeen dat ik in de studio en dat we ongeveer de helft van de songs opnieuw zou opnemen”. De aldus opgenomen plaat kwam in 1986 uit onder de titel “Nine Lives”. Het werd een muzikale en commerciële flop, “Nine Lives” zou de laatste nieuwe Raitt’s opname voor Warner Brothers zijn.


No Way To Treat A Lady – All Day, All Night

Eind 1987, trad Raitt samen met zangeressen K.D.Lang en Jennifer Warnes op als vrouwelijke achtergrondzang voor Roy Orbison’s televisie-special, Roy Orbison and Friends – A Black and White Night. Na deze zeer gewaardeerde uitzending begon Raitt te werken aan nieuw materiaal, zij had haar drank- en drugsverslaving overwonnen met hulp van Stevie Ray Vaughan die ze bij een Minnesota State Fair concert posthuum bedankte de nacht na Vaughan’s overlijden in 1990. In deze periode overwoog Raitt een contract te tekenen voor Prince’s eigen label, Paisley Park, maar de onderhandelingen hadden uiteindelijk niet het gewenste resultaat. In plaats daarvan begon ze met het opnemen van een bluesy mix van pop en rock onder leiding van producer Don Was bij Capitol Records.


A Black & White Night – A Tribute To Stevie Ray Vaughan

Raitt had Don Was ontmoet via Hal Wilner, die voor platenmaatschappij A & M bezig was een tribute-album “Stay Awake” op te zetten, een album met Disney muziek. Don Was en Hal Wilner wilden Raitt om de zangpartij van een volwassen-eigentijdse arrangement gecreëerd door Was voor de song “Baby Mine” het slaapliedje van Dumbo in te zingen. Raitt was erg blij met de opname-sessies en ze vroeg Was om haar volgende album te produceren.


Baby Mine, een onherkenbaar geluid van Bonnie Raitt

Na een carriere van bijna 20 jaar Bonnie Raitt bereikte een laat maar verdiend commercieel succes met haar tiende album, “Nick of Time”. Uitgebracht in het voorjaar van 1989 ging “Nick of Time” naar de top van de Amerikaanse hitlijsten, in het begin van 1990 ontving Raitt hiervoor een Grammy Award.
Het album werd uitgeroepen tot nummer 230 in de Rolling Stone Magazine’s lijst van 500 Greatest Albums Of All Time. Raitt zelf wees erop dat haar 10e poging “mijn eerste sober album” was.
Tegelijkertijd ontving Raitt een vierde Grammy Award voor haar duet “In the Mood” met John Lee Hooker op zijn album “The Healer”. “Nick of Time” was ook de eerste van vele van haar opnames met haar ritmesectie bestaande uit Ricky Fataar en James “Hutch” Hutchinson (hoewel Fataar eerder had gespeeld op haar “Green Light” album en Hutchinson had gewerkt aan “Nine Lives”). “Nick of Time” verkocht meer dan zes miljoen exemplaren in de VS alleen.


Nick Of Time – In The Mood with John Lee Hooker

In 1991 volgde voor Raitt op dit succes nog meer succes met drie Grammy Awards voor haar album, “Luck of the Draw” die bijna 8 miljoen exemplaren verkocht in de Verenigde Staten. Drie jaar later voegde ze er twee Grammy’s aan toe met haar album “Longing In Their Hearts”, haar tweede nuumer één album. Beide albums waren multi-platina succes. Aan Raitt’s samenwerking met Was kwam een einde met het live-album “Road Tested” uit 1995″.


Something To Talk About – Longing In Their Hearts

Voor haar volgende studio album, Raitt huurde Mitchell Froom en Tchad Blake in als haar producenten. “Ik hield van het werken met Don Was, maar ik wilde mezelf en mijn fans een geschenk geven en iets anders doen,” zei Raitt. Haar werk met Froom en Blake werd ïn 1998 uitgebracht op “Fundamental”.
In maart 2000 werd Raitt ingewijd in de Rock and Roll Hall of Fame in Cleveland, Ohio.
“Silver Lining” werd uitgebracht in 2002, terwijl “Souls Alike” op de markt kwam in september 2005.
Een jaar later, werd “Bonnie Raitt & Friends” uitgebracht, met gastoptredens van onder andere Norah Jones en Ben Harper.
Raitt deed voor een aantal jaren een stap terug uit het leven van een professionele muzikant om het overlijden van ouders, haar broer en haar beste vriendin te verwerken. Deze onderbreking van toeren en opname-sessies was op vele manieren verdiepend en verfrissend voor Raitt. Ze keerde in april 2012 geconcentreerd en vernieuwd terug met haar eerste studioalbum in zeven jaar, “Slipstream”, uitgebracht op haar eigen nieuwe Redwing label. “Slipstream” is door het toonaangevende Amerikaanse Songwriter Magazine betiteld als “haar beste album in jaren en een van de beste van haar 40-jarige carrière”. “Slipstraem” bespraken wij eerder in de rubriek NIEUWS / singersongwriter.


One Belief Away – I Can’t Help You Now


Two Lights In The Nighttime with Ben Harper – Tennesse Waltz with Nora Jones

In 2007 ging Raitt in op een uitnodiging om bij te dragen aan “Goin Home: A Tribute to Fats Domino”. Met Jon Cleary zong ze een medley van “I’m in Love Again” en “All by Myself” van Fats Domino.
Raitt verscheen op de 7 juni 2008 in de uitzending van Garrison Keillor’s radioprogramma “A Prairie Home Companion”. Ze trad op met Kevin “Keb ‘Mo'” Moore en song twee bluessongs “No Getting Over You” en “There Ain’t Nothin’ in Ramblin”, Raitt zong ook “Dimming Of The Day” met Richard Thompson.
In februari 2012, zong Raitt een duet met Alicia Keys op de 54ste Grammy Awards in 2012 ter ere van Etta James.


Fats Domino Tribute – Etta James Tribute

Haar gehele carriere is doorweven met haar politieke betrokken, een betrokkenheid die terug te voeren is tot de vroege jaren zeventig. Haar 1972 album “Give It Up” had een opdracht “aan het volk van Noord-Vietnam …” op de achterkant.
Raitt’s website roept fans op om meer te leren over het behoud van het milieu. Ze was een van de oprichters van Musicians United for Safe Energy in 1979 en een katalysator voor de grotere anti-nucleaire beweging en raakte betrokken bij groepen als de Abalone Alliance en Alliance for Survival.
Op aandringen van de schrijver Dick Waterman financierde Raitt in 1994 de vervanging van een grafsteen voor een van haar mentoren, bluesgitarist Fred McDowell via de Mt. Zion Memorial Fund. Later financierde Raitt de gedenktekens en grafstenen in Mississippi voor de muzikanten Memphis Minnie, Sam Chatmon en Tommy Johnson weer met de Mt. Zion Memorial Fund.
In 2002 werd Raitt officiële supporter van Little Kids Rock, een non-profit organisatie die gratis muziekinstrumenten en gratis lessen biedt aan kinderen in de openbare scholen van de Verenigde Staten. Ze heeft kinderen bezocht die deelnemen aan het programma en zit als erelid in het bestuur van de organisatie.
In 2008, Raitt schonk een lied aan de “Aid Still Required’s CD” ter ondersteuning van de hulpverlening in Zuidoost-Azië na de tsunami van 2004.
Raitt behoort tot de No Nukes groep die tegen de uitbreiding van kernenergie is. No Nukes nam in 2007 een muziekvideo op met een nieuwe versie van Buffalo Springfield’s lied “For What It’s Worth”.
Tijdens de presidentsverkiezingen van 2008 ondersteunde Raitt samen met Jackson Browne en James Hutchinson de Democratische kandidaat John Edwards en verschenen op campagne-bjenkomsten.
Bonnie Raitt was van 27 april 1991 tot 9 november 1999 getrouwd met acteur Michael O’Keefe.

bronnen: wikipedia, www.bonnieraitt.com

discografie