Biografie Warren Zevon, deel 2

In 1978 bracht Zevon zijn door opnieuw Jackson Browne en gitarist Waddy Watch geproduceerde album “Excitable Boy” uit. Het album ontving lovende kritieken en werd min of meer juichend ontvangen. Criticus Dave Marsh noemde Zevon in The Rolling Stone Record Guide van 1979 “one of the toughest rockers ever to come out of Southern California” een van de zwaarste rockers ooit te komen van Zuid-Californië “. Rolling Stone noemde het album een van de belangrijkste uitgaven van de jaren 1970 en noemde hem samen met Neil Young, Jackson Browne en Bruce Springsteen als een van de vier belangrijkste nieuwe artiesten van de laatste tien jaar.


Excitable Boy

Na dit succes volgde het album “Bad Luck Streak in Dancing School” (1980) met bijdragen van Bruce Springsteen met “Jeannie Needs a Shooter” en Linda Ronstadt met “Empty-Handed Heart”, een nummer die de echtscheiding van Zevon en zijn vrouw Crystal behandeld, de enige vrouw met wie hij legaal was getrouwd.
Later in 1980, bracht hij het live-album “Stand in the Fire” uit, het album werd opgenomen gedurende vijf shows in The Roxy Theatre in Los Angeles.

Zevon’s album “The Envoy” (1982) was een terugkeer naar de hoge kwaliteit van “Excitable Boy”, maar was geen commercieel succes. Het was een eclectisch en karaktervol album met nummers als “Ain’t That Pretty at All”, “Charlie’s Medicine” en “Jesus Mentioned”, het eerste van Zevon’s twee muzikale reacties op de dood van Elvis Presley (de andere is het nummer “Porcelain Monkey” op het album Life’ll Ya Kill in 2000).


Ain’t That Pretty at All – Charlie’s Medicine


Jesus Mentioned – Porcelain Monkey

Na zijn scheiding van Crystal en de breuk met de moeder van zijn zoon Jason, Marilyn “Tule” Livingston, verloofde Zevon zich in 1983 met Philadelphia DJ Anita Gevinson en verhuisde naar de oostkust. Na de teleurstellende ontvangst van “The Envoy” beëindigde Zevon’s platenmaatschappij Asylum Records hun zakelijke relatie, een beëindiging die Zevon pas ontdekte toen hij het las in een roddelrubriek van de Rolling Stone. Het trauma die hij daardoor opliep veroorzaakte een enstige terugval in zijn alcohol- en drugsverslavingen en noodzaakte een vrijwillige opname in een verslavingskliniek ergens in Minnesota. Zijn relatie met Gevinson hield onder deze omstandigheden geen stand en eindigde kort daarna. Zevon trok zich voor meerdere jaren terug uit de muziekwereld, jaren waarin hij uiteindelijk zijn zware en ernstige alcohol-en drugsverslavingen overwon.
Gedurende deze overgangsperiode werkte Zevon samen met Bill Berry, Peter Buck, Mike Mills (REM) en back-up zanger Bryan Cook aan een klein project met de naam “Hindu Love Gods”. De groep bracht van het project de niet al te bekende single “Narrator” in 1984 op de IRS label uit. Het project zou daarna voor een aantal jaren de koelkast gaan.

Gonna Have A Good Time Tonight_Narrator1

Berry, Buck en Mills dienden als de kern van Zevon’s volgende studioband toen hij opnieuw, na ondertekening in 1987 van een contract bij Virgin Records, het album “Sentimental Hygiene” ging opnemen. De release, geprezen als zijn beste sinds “Excitable Boy” met een stevige en strakke rock-sound en vaak humoristische nummers als “Detox Mansion”, “Bad Karma” (REM zanger Michael Stipe als back-up vocalist), en “Reconsider Me” . Er waren bijdragen van Neil Young, Bob Dylan, Flea, Brian Setzer en George Clinton. Ook Jorge Calderón en good-old Waddy Wachtel verleenden hun medewerking.
Tijdens de opnamesessies nam Warren deel aan een all-night jamsessie met Berry, Buck en Mills waarbij ze rock en blues nummers van Woody Guthrie, Bo Diddley, Muddy Waters, Robert Johnson en Prince speelden. Hoewel niet bedoeld voor release kwamen de nummers uiteindelijk in 1990 uit als een “Hindu Love Gods” album.

De directe follow-up van “Sentimental Hygiene” was in 1989 “Transverse City”, een futuristisch conceptalbum geïnspireerd door de interesse van Zevon’s in het werk van science fiction schrijver William Gibson. Het album die met behulp van o.a. Little Feat drummer Richie Hayward, Jefferson Airplane bassist Jack Casady, toetsenist Chick Corea en gitaristen Jerry Garcia, Jorma Kaukonen, Pink Floyd’s David Gilmour en Neil Young werd opgenomen kende een paar belangrijke nummers zoals het titelnummer, “Splendid Isolation”, “Run Straight Down” en “They Moved the Moon”, de laatste van Zevon’s lugubere ballades.
“Transverse City” werd een commerciële flop en Virgin Records eindigde haar relatie met Zevon al snel na de release van het album. Zevon werd echter vrijwel direct gecontracteerd Giant Records en het eerste album dat uitgebracht werd was het tijdens de eerder genoemde Sentimental Hygiene sessies opgenomen project “Hindu Love Gods”. Het album bevatte een cover van Prince’s “Raspberry Beret”, die een kleine hit werd in de VS.


Transverse City – Splendid Isolation


Run Straight Down – Raspberry Beret

Gedurende deze periode tourde Zevon door de Verenigde Staten (met The Odds), Europa, Australië en Nieuw-Zeeland, bracht in 1991 als solo-artiest “Mr Bad Example” en in 1993 het live-album “Learning to Flinch” uit. Door zijn beperkte financiele mogelijkheden waren zijn solo optredens vaak met minimale begeleiding van piano en gitaar en was er geringe airplay op lokale radiostations. Er waren bescheiden hits met “Searching for a Heart” en de rocker “Things to Do in Denver When You’re Dead”. Zevon speelde vaak in Colorado wat hem de kans gaf om zijn oude vriend Hunter S. Thompson te bezoeken. Als levenslange fan van fictie was Zevon bevriend geraakt met een aantal bekende schrijvers zoals Thompson, Carl Hiaasen en Mitch Albom die in deze periode ook meewerkten aan het schrijven van zijn nummers. Zevon werkte af en toe als muzikaal coördinator en als gitarist van een ad-hoc-rock-groep genaamd The Rock Bottom Remainders, een verzameling van schrijvers die het leuk vonden om samen klassieke rock and roll nummers op boekenbeurzen en andere evenementen te spelen. De groep bestond uit Stephen King, Dave Barry, Matt Groening en Amy Tan en andere populaire schrijvers.
Zijn carriere als uitvoerend artiest zat op een dood spoor, hij werkte mee aan TV-series als Route 66 en viel regelmatig in voor Paul Shaffer als bandleider van de “Late Night Show” van David Letterman.
In 1995 bracht Zevon het door hemzelf geproduceerde album “Mutineer” uit, het werd een commercieele ramp en Zevon besloot om zich deels uit de showbusiness terug te trekken. Hij trad nog wel op in The Larry Sanders Show en speelde in 1999 in twee afleveringen van de TV-serie “Suddenly Susan” in 1999 samen met zanger / acteur Rick Springfield.
Het duurde tot de eeuwwisseling voordat Zevon weer eens in de studio van Danny Goldberg’s label Artemis Records zat om het album “Life’ll Kill Ya” op te nemen. Met een redelijk commercieel succes en positieve kritieken was zijn tweede comeback een feit.


Don’t Let Us Get Sick – Back In The High Life Again

In 2002 zag zijn, wat later zijn voorlaatste zou blijken te zijn, album getiteld “My Ride Here” het licht, een album met een morbide vooruitziende blik zoals binnen één jaar zou blijken.
Kort voor zijn optreden op het Edmonton Folk Music Festival in augustus 2002, begon hij zich duizelig voelen en ontwikkelde een chronische hoest. Na een periode van kortademigheid en pijn werd bij Zevon een vorm van kanker (inoperabel peritoneale mesothelioom) geconstateerd. Zevon weigerde behandeling en begon met het opnemen zijn laatste album “The Wind” met gastoptredens van goede vrienden waaronder Bruce Springsteen, Don Henley, Jackson Browne, Timothy B. Schmit, Joe Walsh, David Lindley, Billy Bob Thornton, Emmylou Harris, Tom Petty, Dwight Yoakam en anderen. Op verzoek van de muziek-televisiezender VH1 kreeg documentairemaker Nick Read toegang tot de sessies, zijn camera’s registreerden een man die zijn bijtende gevoel voor humor behield, zelfs bij een achteruit gaande gezondheid.
Het album werd op 26 augustus 2003 uitgebracht, twee weken voordat Warren Zevon op 7 september 2003 thuis in Los Angeles overleed. Hij werd gecremeerd en zijn as werd verstrooid in de Stille Oceaan in de buurt van Los Angeles.

VH1 Special “Inside Out”


Part 1


Part 2


Part 3

biografie deel 1
discografie